|
ZOMERAVONDCONCERT
GVE
(Protestantse Kerk, Gennep ~ zaterdag 12 juni 1999)
Op zaterdag 12
juni jl. gaf het Genneps Vocaal Ensemble (GVE) een zomeravondconcert
in de Protestantse Kerk van Gennep. Deze sobere maar sfeervolle kerk
beschikt over een zeer behoorlijke akoestiek waarin de mannenzang
goed tot zijn recht kwam.
De algemene indruk van het GVE, dat sinds ongeveer anderhalf
jaar onder leiding staat van Marius Schouten,
was goed. Het koor heeft een aangename totaalklank ook in
forte passages, bij een enkele groep domineerde af en toe wel eens
een individuele stem, niet alle inzetten waren gelijk en aan
intonatie kan altijd worden gewerkt (maar dit geldt voor ieder
koor). Wat vooral opviel was het interessante en zelfs avontuurlijke
programma en de enthousiaste wijze waarop koor en dirigent de werken
verdedigden. Marius Schouten is een dirigent die zowel verbaal (met
zijn korte en soms humoristische inleidingen) als muzikaal zijn
publiek weet te boeien. Hij geeft de indruk de teugels strak in
handen te hebben zonder de expressie van zijn zangers te beknotten.
In de schitterende drie delen uit de cyclus Quatre petites prières
de Saint Francois d’Assise van Francis Poulenc –het hoogtepunt
van het concert- werd vooral de sfeer van dit kleine meesterwerk
goed getroffen. Poulencs reilgieuze werk kenmerkt zich door een zeer
eigen stijl, soms enigszins verwant aan de sacrale muziek van
Stravinsky dan weer
gekenmerkt door de eenvoud van bijv. de “Messe des pauvres” van
Satie of van oude Franse meesters.
Toch blijft het altijd onmiskenbaar Poulenc.
Poulenc is in zijn religieuze composities wars van vals mysticisme.
Je zou bijna kunnen spreken van een lichtvoetige diepzinnigheid.
Composities als het korte Ave Maria, het Stabat Mater en
Gloria, de opera Dialogues des Carmelites en de indrukwekkende
ingetogen cantate Figure humaine (één van de mooiste a capella
koorwerken van deze bijna voorbije eeuw) bevestigen deze diepgang.
De manier waarop Marius Schouten –in een relatief korte
tijd- het GVE deze muziek heeft bijgebracht en het hoorbare
enthousiasme waarmee het koor de compositie verdedigde was
indrukwekkend. Hopelijk kunnen we in de toekomst een integrale
uitvoering tegemoet zien. Mocht Poulenc nog onder ons zijn geweest,
hij zou Marius Schouten zonder meer in zijn vriendenkring hebben
opgenomen.
Voorafgaand aan de gebeden van Poulenc klonk het werk van een andere
Fransman: André Caplet, bij ons vooral bekend als instrumentator en
voltooier (La Boîte aux Joujoux) van de muziek van Debussy. Van hem
werd een sacraal werk uitgevoerd “O Salutaris” . Het was het
minst overtuigende deel van het concert met name wat betreft de
zuiverheid.
De muziek van Schubert wordt door uitvoerenden nog al eens
onderschat. Schubert goed
zingen is hogeschool-werk. Het GVE vertolkte de twee korte Schubert
liederen “Die Nacht” en “La Pastorella” zeer behoorlijk, met
name het eerste lied
werd sfeervol gezongen. Programmatisch vielen de beide Schubert
liederen wat uit de toon bij het sacrale karakter van de andere
werken.
'Dat het ideaal der kerkmuziek Palestrina is, daarvan ben ik sinds
vele jaren ten vurigste overtuigd',
aldus Alphons Diepenbrock in 1899. Het zomeravondconcert
begon met het beroemde “O Bone Jesu” van de oude Italiaanse
meester en het was dan ook een originele gedachte om Palestrina in
één programma te verenigen met de Nederlander Alphons Diepenbrock.
Diepenbrock heeft een aantal belangwekkende religieuze composities
geschreven. Als laatste religieus werk schreef hij in 1906 het Veni
Creator Spiritus dat het GVE als laatste programmaonderdeel
uitvoerde. Het besluit om na dit Veni Creator niet meer voor de kerk
te componeren was ingegeven door het feit dat deze compositie door
de kerkelijke keuringscommissie werd afgewezen. De commissie vond
dat het Veni Creator te zeer beïnvloed was door Wagners Tannhäuser.
Deze benepen afwijzing heeft Diepenbrock dusdanig gegriefd dat hij
besloot niet langer voor de kerk te componeren.
De uitvoering door het GVE was zonder meer overtuigend en betekende
een waardig slot van een interessant concert.
Natuurlijk kreeg het publiek nog twee toegiften. Na de uitbundige
negro-spiritual “My lord, what a mor’nin”
koos het koor voor een ingetogen en poëtisch afscheid met
“Sunset Poem” van Dylan Thomas op muziek van Troyte.
Na afloop bleek – wat reeds tijdens het concert te horen was - dat
het koor zeer in zijn sas is met de “nieuwe” dirigent. Marius
Schouten kreeg bloemen en een enthousiast applaus van zijn zangers.
Dit concert had een grotere publieke opkomst verdiend en de
slotregel van Sunset Poem indachtig "…
and say, goodbye – but just for now!” kunnen we wat dit betreft zeggen … volgende keer
beter!
P.C.H.
Nypels
(Deze recensie is gedeeltelijk
gepubliceerd in de 'Maas-
en Niersbode') |
|